Uffelte en omgeving. info:   http://www.theunis.nl/Havelte+omgeving.html

Natuurschoon- Militair Vliegveld Havelte-de Cultuur van de dorpenHavelte en omgeving-Ooster- en Westerzand

Natuurschoon
Lang geleden, toen Nederland nog een onderdeel was van de uitgestrekte Noord-Europese toendra, leefden er al mensen in Zuidwest-Drenthe. In- en rondom Havelte zijn sporen van deze bewoners gevonden. Er zijn vuurstenen werktuigen gevonden uit het paleolithicum en microliet en uit het mesolithicum. Uit het neolithicum dateren de twee Havelter hunebedden, die 5000 jaar geleden werden gebouwd door het boerenvolk van de Trechterbekercultuur als grafkamers, waarin zij hun doden bijzetten.
In het bosachtig landschap stichtten boeren kleine nederzettingen. Het bos werd gekapt of verbrand en akkers werden aangelegd. Er ontstonden uitgestrekte heidevelden.

Rond 500 na Christus werden de eerste essen aangelegd. Essen zijn akkers op de overgangen van de hogere gronden naar beekdalen. Boeren verbouwden hier granen en hakvruchten. De essen werden bemest met plaggenmest uit de schaapskooien. De daarvoor benodigde heideplaggen werden in het veld gestoken. Als dat te vaak gebeurde ging het zand stuiven. In het Ooster- en Westerzand is dat nog goed te zien. Deze voedselarme gronden hebben weinig vermogen om vocht vast te houden. Het meeste is met naaldhout beplant. Zo werden het Ooster- en Westerzand beplant van 1901 tot 1910, het Uffelter- en het Holtingerzand in de jaren dertig.
Op de heide werden ook veenputten gegraven: zo zijn bij Uffelte tussen 1910 en 1920 het Uffelterveen, het Brandeveen en de Meeuwenkolonie door turfwinning ontstaan (de turf werd afgevoerd via het Uffelter Vaartje naar de Drentse Hoofdvaart).

De uitvinding van de kunstmest betekende voor veel heidevelden een overgang naar cultuurgrond. Maar de inzet van natuurbeschermers, evenals de toewijzing van een deel van het gebied tot militair oefenterrein, heeft er toe geleid dat u in dit deel van Drenthe nog uren door de schitterende natuur kunt wandelen.
Op 12 november 1996 heeft de provincie de minister van LNV verzocht het potentiële Nationaal Park Ooster- en Westerzand in studie te nemen. De natuurwaarden van het Ooster- en Westerzand manifesteren zich in de aanwezigheid van een karakteristiek stuwmorenenlandschap (Havelterberg, Bisschopsberg), een zeer kwetsbaar stuifzandlandschap (Ooster- en Westerzand, Holtingerzand) en het voorkomen van geplooide keileemlagen, morenen en pingo's. Verder is er een buitengewoon rijke planten- en dierenwereld. Er zijn veel vennen met specifieke planten- en diersoorten, waaronder vele van de Rode lijst. De vennen kennen een grote verscheidenheid aan plantensoorten, w.o. Klokjesgentiaan, Kleine en Ronde zonnedauw, Kleine veenbes, Lavendelhei, en diersoorten als Heikikker, Wintertaling, Dodaars en Geoorde fuut. Het is een gevarieerd overgangsgebied van het natuur- en cultuurgebied met veel poelen, houtwallen en houtsingels, bosjes, esrandbegroeiingen, zandpaden met belangwekkende bermen e.d. Daardoor is het voor veel zeldzame en beschermde planten- en diersoorten een laatste toevlucht, o.a. voor Adder, Ringslang, Zandhagedis, mogelijk Gladde slang, Kamsalamander en Boomkikker. Een gevolg van de aanwezigheid van veel zeldzame plantensoorten is het voorkomen van insecten die daarvan afhankelijk zijn: Gentiaanblauwtje, Zilveren maan, Kommavlinder en Veenhooibeestje.

Eén van de favoriete plekjes is het Uffelter Binnenveld. Dit gebied ligt namelijk vlak bij Uffelte. In de terreinengids van de Stichting Het Drentse Landschap staat het volgende over dit gebied geschreven:

Uffelter Binnenveld: Schotse Hooglanders
In Drenthe wordt de term 'binnenveld' vaker gebruikt als aanduiding voor kleine heideterreinen, omsloten door cultuurland. De hoogteverschillen in het terrein zijn aan het einde van de laatste IJstijd ontstaan onder invloed van grote zandstormen. In het toenmalige koude en droge klimaat was dat een alledaags verschijnsel. De prehistorische bewoners die zich hier zo'n 13.000 jaar na de laatste zandstormen vestigden, begroeven hun doden in grafheuvels. Een van deze grafheuvels, die bekend staat onder de naam Eupenbarchien of Kloppersbarchien, bevindt zich aan de westzijde van het Binnenveld. In 1950 is de heuvel grondig gerestaureerd.
In het Uffelter Binnenveld zijn op veel plaatsen sporen van de Tweede Wereldoorlog te zien, zoals bunkerresten en loopgraven. De bezetter begon in Havelte namelijk in november 1942 met de aanleg van een Duits vliegveld (zie verderop). De bunkers speelden een rol bij de verdediging van het door de Duitsers aangelegde, maar nauwelijks gebruikte vliegveld op de Havelterberg.

Plantenwereld
ZonnedauwDe vegetatie van het heideterrein is mede als gevolg van de hoogteverschillen bijzonder gevarieerd van samenstelling.
In de natste delen groeit Veenpluis en Zonnedauw. Eén van de vennen dreigt dicht te groeien met Waterdrieblad, wat vooral tijdens de bloeiperiode (mei-juni) een spectaculair beeld oplevert. Het bos dat de heide aan alle kanten omzoomt, is bijzonder gevarieerd van samenstelling. Plaatselijk is de kruidlaag goed tot ontwikkeling gekomen. De tere witte bloemetjes van de Bosmuur zijn hierin een weinig opvallende maar toch sierlijke verschijning. In het voorjaar trekken de paarsblauwe bloemen van het Kruipend zenegroen in de aangrenzende hooilanden al van verre de aandacht.

DierenlevenHeikikker
Het tegen het Uffelter Binnenveld aangelegen vochtige graslandgebied Meeuwenveen vormt een bijzonder aantrekkelijk weidevogelgebied. In de waterhoudende restanten van de bunkers zien Kleine watersalamanders kans zich voort te planten. Ook padden en kikkers komen er graag een bad nemen. De vennen worden gebruikt als voortplantingsplaats door Groene kikkers, Bruine kikkers, Heikikkers (zie foto) en padden. Ringslangen komen hier graag een kikkertje verschalken. Ook vele soorten libellen en waterjuffers, waaronder de zeer zeldzame Tengere pantserjuffer, voelen zich thuis bij de vennen. In de diepste poelen in het aangrenzende cultuurland komen Kamsalamanders voor.

Zo, dit was slechts een bescheiden illustratie van al het moois dat hier in de omgeving aan bos, heide en vennen is te zien. Voor een meer uitgebreide beschouwing kunt u terecht bij Staatsbosbeheer, Stichting 'Het Drentse Landschap' en Natuurmonumenten.

Excursie over het militair vliegveld Havelte
 

Het militair vliegveld dat de bezetter begon aan te leggen in november 1942 was bedoeld voor luchtaanvallen op Engeland. Hele bossen werden gerooid en heuvels en dalen geëgaliseerd door duizenden arbeiders. Aanwezige boerderijtjes werden afgebroken. Zo is bijvoorbeeld de plaats Darp bijna geheel van de kaart geveegd om pas na de oorlog op een nieuwe plek weer te worden opgebouwd.
In de winter van 1944/1945 breidden de Duitsers het vliegveld uit in de richting van de Havelterberg tot vlak bij de hunebedden. Het grote hunebed werd ontmanteld en de stenen werden begraven in een 7 m diep gat naast het hunebed. Het kleine hunebed werd geheel onder het zand bedolven. Na de bevrijding kon prof. Van Giffen dank zij de tekeningen uit 1918 en de intact gebleven vloer met aanwijsbare plaatsen van de stenen het grote hunebed op de oorspronkelijke plaats herbouwen.
De startbaan van het vroegere vliegveld aan de Ruiterweg is zonder moeite terug te vinden. De andere bij de Schipslootweg is nooit afgebouwd en zou veel groter worden dan de eerste. Langs de rolbaan (nu een onverharde weg richting Hunehuis) liggen wijde kuilen uitgegraven in de zuidhelling van de Havelterberg, met eromheen cirkelvormige wallen van rode keileem, afkomstig uit de kuilen: vliegtuigopstelplaatsen, waar de Messerschmidts in bomvrije hangars verborgen stonden (in de oorlogsjaren was het bos op de berg er nog niet). De wallen dienden ter bescherming tegen bom- en granaatscherven. Verder zijn loopgraven en plaatsen van mitrailleurnesten nog in het veld te herkennen. Op de berg zijn veel oude bomtrechters. In september 1944 vond het eerste grote bombardement van het vliegveld door de geallieerden plaats. Op 24 maart 1945 werd het hele vliegveld inclusief startbaan bij een groots opgezette luchtaanval grondig vernield. Naderhand werden ongeveer 2000 bomgaten op en bij het terrein aangetroffen. Bij de inslag van de bom(men) is de keileem op de rand van de trechter geslingerd, wat nog te zien is aan de vegetatie van voedselrijker grond. In sommige trechters staat water, dat niet kan wegzijgen, omdat de bodem van de kraters bestaat uit moeilijk doorlaatbare keileem. Regenplassen en greppels zijn melkachtig troebel door de leem. De startbaan is dankzij de vele ondiepe bomtrechters een prachtig geaccidenteerd schraalgrasland met verspreide dennen en berken. De Amerikanen en Engelsen deden onopzettelijk aan natuurontwikkeling, die nu miljoenen guldens zou kosten. Er komen veel soorten voor, die alleen hier te vinden zijn of op maar een paar plaatsen elders in ons land: Rozenkransje, Moeraswespen-orchis, Rond wintergroen, Addertong, Maanvaren, Fraai duizendguldenkruid, Grote keverorchis, Wilde tijm en Valkruid.
Het gebied is ook voor veel zeldzame diersoorten een laatste toevlucht, o.a. voor Adder, Ringslang, Zandhagedis, mogelijk Gladde slang, Kamsalamander en Boomkikker. Een gevolg van de aanwezigheid van veel zeldzame plantensoorten is het voorkomen van insecten die daarvan afhankelijk zijn: Gentiaanblauwtje, Zilveren maan, Kommavlinder en Veenhooibeestje.

info: http://www.theunis.nl/Havelte+omgeving.html

 

Mevrouw Pigeaud over goed rentmeesterschap. Info bureua Eelerwoude  ( http://www.eelerwoude.nl )

Na een erfenis is de huidige eigenaar van het Landgoed Ooster- en Westerzand mevrouw R.A.F. Pigeaud op zoek gegaan naar een landgoed. Ze wilde met het geld iets doen wat ze zelf leuk vond, maar de bestemming ervan moest ook een maatschappelijk belang dienen. Toen ze eenmaal geslaagd was in het vinden van een landgoed, was de volgende stap het vinden van het juiste rentmeesterskantoor.

Het was niet zo eenvoudig om een geschikt landgoed te vinden. Mevrouw Pigeaud wilde een niet al te groot landgoed, 100 hectare leek haar meer dan genoeg. Ze had een sterke voorkeur voor oud cultuurlandschap.Verder zocht ze een landgoed met een woning en liefst zonder pachters. Dat schaap met de vijf poten was niet een-twee-drie gevonden. ”Dat soort landgoederen vind je vooral in Twente, maar daar komt eigenlijk maar hoogst zelden iets te koop. Ik had de moed net een beetje opgegeven nadat er weer een poging op niets was uitgelopen, toen een neef me attendeerde op het Ooster- en Westerzand. Er was iemand die de helft wilde kopen, of de rest niks voor mij was.” Voor zo’n constructie voelde ze niets. ”Straks koop je zo’n landgoed samen met iemand die heel andere ideeën heeft over het beheer, die alleen maar geïnteresseerd is in de opbrengst ervan. Daar had ik geen trek in. Ineens stond ik voor de keuze om 260 hectare* te kopen, veel meer dan ik eigenlijk wilde.” Veel tijd om na te denken was er niet. Het landgoed was te koop aangeboden via advertenties in De Telegraaf en in De Landeigenaar. De termijn waarbinnen een bod kon worden gedaan was bijna voorbij. ”Het werd aangeprijsd met ’naaldhout en netjes onderhouden’, dingen die mij absoluut niet aanspreken. Ik houd meer van loofbomen en van rommelig. De advertentie richtte zich op de commerciële mogelijkheden van het landgoed, maar repte niet van de vennen die de kroonjuwelen ervan zijn. Na enig aarzelen dacht ik nu of nooit en ik heb de vraagprijs geboden. Een dag later was ik eigenaar van een landgoed van 260 hectare waar ik zelfs nog nooit was geweest, al kende ik wel de streek.”

Band
Als je net zo’n landgoed hebt, komen er veel mensen op je af met plannen of die iets van je willen. Dat is een valkuil. Voor je iets doet moeten eerst je eigen ideeën uitkristalliseren. Ik heb in die eerste periode met een bioloog van Natuurmonumenten over het terrein gelopen en die zei dat er eerst naar de natuur geluisterd moet worden.”

Het eerste wat mevrouw Pigeaud op haar landgoed ondernam was het plaatsen van een bank met een opschrift ter nagedachtenis aan boswachter Willem Hoogenkamp die bijna veertig jaar toezicht had gehouden op Landgoed Ooster- en Westerzand. Zijn overlijden was voor de vorige eigenaar reden om het landgoed van de hand te doen. Hoogenkamps schoonzoon treedt nu op als toezichthouder. Mevrouw Pigeaud zelf heeft Hoogenkamp nooit gekend. ”Ik vond het toch belangrijk om die bank te plaatsen. Voor mij is dat een manier geweest om de band met het verleden in stand te houden, om te laten zien dat de geest van de man die zoveel energie in het landgoed heeft gestoken er nog is. Zo’n gebaar zet ook de toon voor de omgang met de plaatselijke bevolking. Het is heel belangrijk om de mensen erbij te betrekken.”

Rentmeester
De eerste periode na de aankoop van het landgoed stond in het teken van het voeren van talloze gesprekken, bijvoorbeeld met de jachtcombinatie die de jacht op het Ooster- en Westerzand pacht. Vervolgens begon de zoektocht naar een geschikte rentmeester die invulling kon geven aan haar ideeën over het beheer van haar bezit. ”Ik heb zelf de sollicitatiegesprekken gevoerd en gaandeweg krijg je een helder beeld naar wat voor soort iemand je op zoek bent. Ik wilde geen rentmeester die sterk economisch ingesteld is en alleen maar oog heeft voor geld verdienen. Ik ben tevreden als ik er geen geld bij inschiet.Verder wilde ik iemand die goed zelfstandig kan opereren, maar dat mocht niet betekenen dat ik zelf niets meer in te brengen had. Dan wilde ik iemand die mijn visie op landgoedbeheer globaal deelt. Dit landgoed is onderdeel van het esdorpenlandschap. Ik wil het graag de functie teruggeven die het vroeger had.” Mevrouw Pigeaud zocht een rentmeester die én haar gevoel voor de natuur en voor cultuurlandschap deelde, én bosbouwkundig onderlegd was, én contactueel vaardig was en in staat om te praten met alle soorten mensen van zeer uiteenlopende achtergrond die (zijdelings) te maken hebben met het landgoed. ”Het is nogal een mannenwereld en het leek mij prettig als ik als vrouw iemand mee kon nemen naar gesprekken die niet al te formeel is en over veel kennis beschikt. Al die subsidieregelingen bijvoorbeeld zijn nogal een ingewikkelde materie. Ik wil dat mijn rentmeester al die facetten in zijn persoon verenigt en mij in mijn waarde laat.”

Eelerwoude
Uiteindelijk koos mevrouw Pigeaud voor Evert van de Kolk van Eelerwoude. ”En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad”, zegt ze. ”Hij heeft nogal wat landgoederen onder zich en dus heel veel ervaring. Maar hij probeert niet zijn eigen mening door te drukken. Hij denkt mee en dan krijg je een prettige wisselwerking. Veel van de eigenschappen op grond waarvan ik hem als rentmeester heb gekozen zie ik ook terug bij andere medewerkers van Eelerwoude.”
Vanaf het allereerste begin heeft mevrouw Pigeaud een paar duidelijke besluiten genomen. Ze heeft gekozen voor extentie van recreactie, dus geen mountainbikers en ruiters. Voor aangelijnde honden is het wel toegankelijk. Samen met Van de Kolk volgde ze een tweedaagse cursus geïntegreerd bosbeheer. ”Dat was heel leuk, maar ook een prima basis voor de verdere samenwerking bij het beheer van mijn landgoed. Evert van der Kolk heeft niet alleen know-how, maar je voelt ook zijn passie voor het bos. Dat spreekt mij aan, daar gaat het mij ook om.”

 

* De totale oppervlakte van het Ooster- en Westerzand is zo'n 2000 hectare. Andere grote eigenaren zijn: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Defensie.

 

 Info bureua Eelerwoude   ( http://www.eelerwoude.nl )

 

Natura 2000: ‘nieuwe’ boerenbedrijven op slot      14-02-2007 (info Meppeler Courant)
 
RUINERWOLD/HAVELTE – Twaalf nieuwe boerenbedrijven tussen Ruinerwold en Havelte zitten de komende drie jaar op slot. Deze bedrijven, de afgelopen tien jaar gebouwd in de ruilverkaveling Ruinerwold/Koekange, blijken in Natura 2000-gebied te staan.


Zo ziet de bufferzone er bij benadering uit. De agrariërs uit de ruilverkaveling hebben hun bedrijf net ten noorden van Oosteinde gebouwd.

De boeren zitten nu in onzekerheid. Geen enkel bedrijf kan dat hebben’, aldus een verontruste Jaap Jonker, voorzitter van de landinrichtingscommissie Ruinerwold/Koekange.

Het Ooster- en Westerzand bij Havelte is aangewezen als Natura 2000-gebied. Rondom dit gebied geldt een bufferzone van zo’n drie kilometer, waarbinnen de ammoniakbelasting niet mag toenemen. Binnen drie jaar moeten voor alle Natura 2000-gebieden beheerplannen zijn gemaakt. Tot die tijd is er geen sprake van ontwikkeling en weten de agrariërs niet waar ze aan toe zijn.

 

Landgoed Rheebruggen

http://www.natuurkaart.nl/kvn.landschappen/natuurkaart.nl/i000625.html

 

Laatste keer dat deze pagina veranderd werd: 4-1-2008

 

 

 

 

© Copyright 2008  Dorpsgemeenschap Uffelte

Disclaimer